Wouter Pieter Harten (1907-1993)

5 augustus 1929
Het levensverhaal van Wout kennen we niet volledig. Wat we weten is uit enkele overgebleven brieven gehaald.
Wout
werd op 7 september 1907 te Soekaboemi (Nederlandsch-Indië) geboren en bracht
de eerste jaren van zijn leven op Billiton door. Zijn ruim een jaar jongere
zusje Joke is daar zijn belangrijkste
“speelmakker”. Eind 1911 op vierjarige leeftijd reist hij voor de eerste keer
met zijn ouders naar Holland. Daar blijven ze tot begin maart

Wout en Joke Harten (~ 1915)
In 1918
verhuist Joh met haar kinderen naar Dieren. Wout gaat in Zutphen naar het
Gymnasium. Hij schrijft later aan Joke dat hij nog vaak terugdenkt aan de tijd
dat ze samen over de kade van Zutphen liepen en samen het boek “Vliegmachine
van de Stille Oceaan” zo prachtig vonden.

Wout en Joke Harten (~ 1921)
Schoolfoto Gymnasium Zutphen: rechtsvoor Wout
Harten.(~1924)

Joke en Wout Harten, Zutphen 22 juli 1927.
In deze tijd heeft Wout pianoles bij de blinde organist en pianoleraar C. Bute. Hij is zeer muzikaal en kan heel goed spelen. Ook kan Wout aardig tekenen. Zelfs tijdens de les tekent hij karikaturen van zijn leraren of zomaar een gedrocht.

Tekeningentjes van Wout Harten.
Bovendien
heeft hij grote interesse in literatuur en “verliest” zich als het ware in Nietzsche. Ook Goethe en Heine zijn favoriet voor Wout. Zijn latere brieven zijn
doorspekt met citaten van deze schrijvers. Soms stuurt hij in prachtig
handschrift geschreven gedichten van hen naar Joke.
Na Wout
zijn eindexamen komt de volgende verhuizing. Dit keer naar De Bilt.
Waarschijnlijk omdat Wout in Utrecht biologie wil gaan studeren en Joke daar
een verpleegstersopleiding aan het Diaconessenhuis wil volgen. Het is niet helemaal
zeker of Wout de door hem gekozen studie begonnen is. In elk geval heeft die
studie niet lang geduurd. Wat hij wel gedaan heeft is niet duidelijk. Joke weet
zich los te maken van de overheersende invloed van hun moeder, maar Wout lukt
dit niet, hoewel hij klaagt over haar “geestelijke zorgen” en het “Kampen Cie.
Stempel”, zoals hij het uitdrukt, en over haar “Wille zur
Macht” die af en toe weer de kop opsteekt.
Nu en dan trekt Wout er op uit. Zo gaat hij vier weken bij een smid met zes
kinderen in Lunteren logeren en iets later enkele
weken in de “Liebenzeller Mission”
(1),
een huis voor zendelingen in Bad Liebenzell dat in
het noordelijk deel van het Zwarte Woud ligt. Over zijn ervaringen daar
schrijft hij een brief in prachtig proza van acht vellen vol en doorspekt met
aanhalingen van zijn geliefde schrijvers. Echt iets persoonlijks schrijft hij
niet. Hij laat niet zichzelf zien. Schatje en
lieveling liggen voor in de mond. Het is bekend dat Wout in zijn contacten met
anderen heel onderhoudend kan vertellen. Moppen kent hij bij de vleet. Maar het
blijft aan de oppervlakte aangaande zijn persoonlijke gevoelens en gedachten.
Kortom, een uiterlijk joviale maar toch gesloten man.
Als zus Joke getrouwd is schrijft Wout haar brieven op bestraffende toon. Wout wil in de verstoorde familieverhoudingen de schuld op Joke schuiven. Dit schijnt het gevolg te zijn van het kennismakingsbezoek dat Sibrand en Joke een jaar eerder bij Wout en zijn moeder brachten. Zij zijn toen op een niet na te vertellen manier ontvangen. Sibrand heeft daarna “indirect” (via Joke) een brief van Wout ontvangen. Sibrand antwoordt daarop en verzoekt Wout zijn oordeel te matigen want het blijkt dat zij naar Wout’s oordeel iets doen dat “zonde” is!
Wout is
in 1931 bij de Opening der Staten Generaal en logeert bij mensen waar hij in
huis had gewoond. Op dat moment is hij van plan enkele jaren naar Bazel
(Zwitserland) te gaan. Ook dit gaat niet door. Was dit de Missieschool in
Basel? (2)
Wanneer zijn neefje Hans wordt geboren en Joke en Sibrand een geboortekaartje naar De Bilt sturen schrijft Wout een kort afstandelijk briefje dat alleen aan zijn zwager Sibrand gericht is en waarin hij naar de welstand van moeder en kind vraagt.
Na de geboorte van de kleine Sibrand brengt Wout in mei 1937 een bezoek aan Joke en Sibrand in Middelie. In een bedankbriefje schrijft hij dat het een heel gezellig bezoek was. De wandeling naar het tramhuisje in Edam was heerlijk. Wout zit al enkele jaren op de Kweekschool van het Leger des Heils in Amstelveen. Daar hebben de cadetten plezier als ze Wout bij thuiskomst in civiel zien. Het weekend daarna brengt hij door met mooie samenkomsten in Utrecht en met straatzang in Bilthoven en Utrecht. Wout zendt een gedichtbundeltje van Célestine Oliphant-Schoch (3) mee als herinnering aan zijn bezoek in Middelie.

Heilsoldaat Wout Harten, april 1936 en
maart 1936
Vlak
voor de 2e WO trouwt Wout met Nel van der Made uit IJmuiden. In hun
verlovingstijd ontmoeten zij de vader van Wout in Amsterdam waarbij Wout het
uniform van het Leger des Heils draagt. Deze onverwachte ontmoeting is geen
succes. Zijn vader heeft te veel meegemaakt met Wout’s
moeder, waarbij het godsdienstige gevoel een grote rol speelde.
Op 13 oktober 1940 wordt Wout’s dochter Jeltje Nelly Maria geboren. Daarover schrijft hij een kort briefje aan Joke. Er volgt nog een kerstkaart en daarna is er lange tijd geen contact meer tussen broer en zus. Hoe het gezin van Wout de oorlog is doorgekomen is ons niet bekend. Vlak na de 2e WO wordt op 8 juli 1945 zijn tweede dochter geboren, Edelgard Johanna: Edy genoemd.

Jeltje, Edy en
Nel Harten (1945)
Wout
schrijft in een uitvoerige brief dat hij in
Als op 30 april 1950 Tante Nell overlijdt staan Wout, Nelly, Joke en Sibrand aan haar sterfbed. Het is meer dan 10 jaar geleden dat zij elkaar gezien hebben. Wout en Joke zijn de erfgenamen van Tante Nell en dat brengt hen weer nader tot elkaar. Joke erft de gehele inboedel maar zendt Wout het nodige toe: de staartklok (waar Oom Willem eens om vroeg?) waarvan Wout de drie versierselen mist, die er op behoren te staan. Verder nog kasten, haard en bureautje. Ook veel handschriften, waaronder een gedrukte stamboom van de familie Harten, het gouden horloge en foto’s van W.P. Harten Sr. Dit alles is later allemaal “verdwenen”: deels door brand die bij Wout uitbrak en deels na het overlijden van zijn vriendin Tante Bertha, waar Wout later bij inwoonde. Ook de miniatuurtjes van Aldert Kikkert, die Joke hem gegeven had omdat hij er zo om bedelde, zijn nooit boven water gekomen.
Wout en Joke
proberen nu de oude kameraadschap weer op te pakken. Echt goed lukt dat niet,
daarvoor waren ze te veel uit elkaar gegroeid en verschillen de karakters te
veel. In 1951 en 1952 schrijven ze elkaar de nodige brieven en worden bezoekjes
over en weer afgelegd. Wout woont die jaren op de Pikeurslaan
Bertha animeert Wout om Joke en Sibrand weer eens op te zoeken, nu in
Oosthuizen. Dat gebeurt zo nu en dan. Wout, de tweede
zoon van Joke, bezoekt zijn oom in die tijd regelmatig en geniet van de grote
literatuurkennis van zijn oom. Neef Wout weet zijn oom zover te krijgen het
familiegraf van de Harten’s op zijn naam over te
schrijven, want Joke wil graag bij haar grootouders en tante begraven worden.
Wout beweert in die tijd dat hij zijn lichaam aan de wetenschap afstaat en er
voor hem geen graf hoeft te zijn.
De beide dochters Julia en Edy waren in het begin van de zestigerjaren naar de Verenigde Staten van Noord-Amerika “gevlucht” om onder invloed van hun vader uit te komen. Jeltje ging er alleen heen en ontmoette in Californië haar man Lucky Grashuis en Edy vond in Holland haar Amerikaanse man Robert Read en vertrok met hem ook naar Californië. Af en toe kwamen ze bij hun moeder in Driehuis logeren en bezochten bij die gelegenheid ook hun vader in Amsterdam.
Wout zijn vriendin Bertha overlijdt als eerste en als Wout op 18 oktober 1993 overlijdt, blijkt hij toch begraven te moeten worden. In het familiegraf van de familie Vos-Kissing wordt Wout op Zorgvlied bijgezet. Alleen zijn dochter Julia komt daarvoor over. Behalve de drie zonen van Joke zijn de vrienden van het leger des Heils aanwezig. Later blijkt dat hij ook het graf van zijn moeder op Heidehof in Apeldoorn op zijn naam had staan. Was dat misschien een betere plek voor hem geweest?

Familiegraf van de familie Vos-Kissing met W.P.Harten als
laatste bijzetting
Noten
1. Liebenzeller Mission. Dit
instituut bestaat nog steeds. Op alle continenten, in 26 landen, zijn de Liebenzeller missionarissen werkzaam. Hun belangrijkste
taak is om de goede boodschap van Jezus Christus bekend te maken. Dat geldt
voor alle streken van de aarde waar de boodschap van de Bijbel onbekend is.
Zie: http://www.liebenzell.org/liebenzeller-mission.
3. Célestine Oliphant-Schoch was een voorbeeld van een vrouw die al vroeg binnen het Leger des Heils een carrière maakte. Samen met haar echtgenoot W. E. Oliphant was ze een van de grondleggers van het Leger des Heils in Nederland. Zij was de dochter van Carl Ferdinand Schoch; gepensioneerd artillerieofficier, die zich samen met zijn vrouw (in latere jaren als kolonel) wijdde aan het werk van het Leger en samen met twee andere personen in 1887 een offensief startte om het Leger des Heils in Nederland te vestigen. Célestine was schrijfster van “Liederen van Strijd en Overwinning”, “Lecons de ma Vie”, “t Hart naar boven”, “Leven Lieven Loven” , enz. Deze laatste bundel was wel het meest bekend met 6000 drukken.
-