De
eerste vijf jaar van zijn leven brengt Wout in Den Helder (Nieuwediep) door,
dan verhuist het gezin Harten naar Haarlem. Daar doorloopt Wout de eerste
leerjaren van de Lagere School en blijft zelfs een jaar zitten. Wout woont
daarna, totdat hij naar Indië vertrekt, in Amsterdam en heeft er een heerlijke
en onbezorgde jeugd; een stad vol avontuur en veel vrienden. Hij heeft in het
Zeemanshuis, waar ook leerlingen van de Zeevaartschool wonen, veel jonge mensen
om zich heen. Als 9 jarige jongen gaat hij bij zijn grootmoeder logeren en
alleen met de Stoomboot naar Den Helder. Op 14 jarige leeftijd reist Wout
zelfstandig met de kinderen (11 en 9 jaar) van zijn Oom Johan van Amsterdam
naar IJmuiden en brengt ze bij zijn vader aan boord. Hij is een gezeglijke
jongen, die zich verantwoordelijk voelt voor zijn jongere broer en zus en zijn
vele neven en nichtjes, die zonder hun ouders in Nederland verblijven. Uit
latere verhalen blijkt dat Wout een lieve man was, die erg veel van kinderen
hield.
Na
de Middelbare School gaat Wout in 1895 naar de Kweekschool voor Machinisten (1) en volgt de
opleiding voor Technici. Hij staat ingeschreven onder nr. 786. Deze opleiding
hield twee jaar theorie en een jaar praktijk in. Of de theoretische studie Wout
goed afgaat valt te betwijfelen want we zien dat hij er ruim drie jaar over
doet. Pas in 1899 begint zijn laatste deel van de praktijkopleiding in een
fabriek in Düsseldorf. Wout blijft er tot oktober. Eind november legt hij met
goed gevolg het laatste examen af (2) en op 23
november krijgt hij het einddiploma uitgereikt. Diezelfde dag schrijft Wout een
kort briefje aan zijn zusje Nelly in Andernach.

Briefje van Wout Harten aan zijn zus Nelly.(1899)
Eind
januari 1901 vertrekt Wout voor een half jaar naar Ashton u/Lyne in Engeland en
blijft daar tot eind 1900. Eerst komen er enthousiaste brieven over zijn leven
in Engeland en hij schrijft zelfs te willen blijven. Dat enthousiasme neemt met
de tijd af en na ruim een half jaar komt hij weer thuis. Wat hij de jaren
daarna gedaan heeft is niet bekend. Bij zijn Oom Koos in de zaak aan het Damrak
werken, zoals hij al eerder in de vakanties deed? Waarschijnlijk niet.
Wout
reist veel in zijn jeugd, wat in die tijd toch wel een uitzondering is. Bekend
zijn de volgende reizen en uitstapjes: In de zomer van 1896 vaart Wout als 19
jarige jongen met de S.S. “Clio” van de KNSM via
Kopenhagen naar St. Petersburg. In de zomer van 1897 reist Wout alleen naar
zijn nicht in Berlijn en de zomer daarop met Oom Johan en zijn zonen naar de
Harz en Berlijn. Tijdens zijn verblijf in Düsseldorf maakt hij uitstapjes in de omgeving zoals met
Nelly naar Koblenz en ook in de omgeving van Manchester worden de nodige
reisjes ondernomen. In april 1903 is Wout weer eens in Berlijn en laten we niet
de vele malen vergeten dat Wout bij familie in Sliedrecht, Apeldoorn, Weesp en
in Den Helder logeert. Sportief is hij ook want in de winter van 1900 schaatst
Wout met zijn vriend Piet Coops (3) naar Marken,
Monnikendam, Volendam, Edam en terug naar Amsterdam. (Waarschijnlijk via
Purmerend, want hij schrijft in de 30er jaren in een brief aan zijn dochter,
die in Middelie woont, nog zeer enthousiast dat deze tocht langs Middelie
voerde) Het ijs was prachtig, het was een goddelijke tocht!
Dit
alles laat hij achter zich als hij in mei 1904 met het S.S.“Willem II” naar Indië
vertrekt. In maart stond er een advertentie in de krant waarop Wout
solliciteert. Hij wordt aangenomen.

Advertentie waarop Wout Harten solliciteerde. (maart 1904)
Enkele
maanden later zit Wout op Billiton in Ajer Baik. Het gaat hem daar goed, heeft
er al vrienden: de heer en mevrouw Berkholst. Als dit echtpaar met de “Carpentier” naar Batavia
vertrekt gaat dat met feestelijkheden gepaard. In Batavia ontmoet Wout Johanna
Hendriks, die als verpleegster naar Indië was gekomen en daar in een ziekenhuis
werkt. Zij trouwen op 18 november 1906. Het huwelijk wordt in de Willemskerk te
Batavia ingezegend.

Huwelijksadvertentie van Wout Harten en Jo
Hendriks.

Vleesvorken, huwelijkscadeau van de familie Harten aan Wout en Joh
Harten-Hendriks: H.H. 1906
Op
7 september 1907 wordt hun zoon Wout in Soekaboemi (de kraamkamer van
Indonesië) geboren en op 13 januari 1909 hun dochter Joke, eveneens in
Soekaboemi.
Het
is pas in 1911 als we wat meer van Wout en zijn gezin te weten komen in een
brief van hem uit Tandjong Pandan, Lenggang aan zijn ouders, ter gelegenheid
van hun 35 jarig huwelijk. Wout schrijft dat zelfs een huwelijk niet altijd
rozengeur en maneschijn is. Dit is het eerste teken dat zijn huwelijk niet
ideaal is. Wout vertelt hoe hij van zijn kinderen geniet, die hun grootouders
Opa en Puutje noemen en dat er sprake is om op verlof naar Nederland te komen.
In augustus van dat jaar vaart het hele gezin met de “Oranje” naar Holland.
Daar treft Wout zijn vader ziek aan. Na de verjaardag van Wouter Sr. vertrekken
zij op 9 maart 1912 met de “Goentoer” naar Batavia en
varen van daar met de “Carpentier” naar Billiton.
Voor vertrek uit Amsterdam wordt nog een foto van de kinderen gemaakt.

Jopie en Woutje
Harten (3 en 4 jaar), Amsterdam 1912.
Op
Billiton krijgt Wout Manggar (aan de westkust) als standplaats met als baas de
heer Pan. Het gezin woont tijdelijk in een hotel. Wout heeft kisten van Willem
te verzenden, die hij op zijn naam uit Holland heeft meegenomen. Willem is niet
erg snugger en brengt zijn broer in moeilijkheden door aan de Vertegenwoordiger
te schrijven of Wout geen goederen voor hem had meegebracht.
Op
28 mei krijgt Wout een telegram met de jobstijding dat zijn vader is overleden.
Wout zet een advertentie in de krant maar door een misverstand bericht hij
Willem, Oom Herman en Oom Johan niet over het overlijden van zijn vader. Wout
vraagt zijn moeder om het horloge van zijn vader met de bijbehorende ketting,
zodat die twee dingen niet worden gescheiden. Hij hoopt dat het horloge later
naar zijn zoon Wout kan gaan. Hugo & Nell en Wout doen afstand van hun
erfdeel en Willen wordt uitbetaald omdat hij toch niets van cijfers snapt! Wout
stelt wel voor dat zijn erfdeel op naam van zijn beide kinderen wordt gezet,
maar zo dat zijn moeder wel het vruchtgebruik heeft. (4)
Dit
jaar wordt wel een pechjaar voor Wout want in augustus valt hij bij de laatste
bocht voor het huis en komt met een gebroken been op bed te liggen. Dr.
Cleituar zegt dat het wel 6 weken zal duren voor het been genezen is.
Met
kerstmis zit Wout al weer met zijn gezin op de S.S. “Grotius” op weg naar Holland, omdat er met
zijn baas, de heer Pan, geen land te bezeilen is en deze zaak met de directie
in Den Haag besproken moet worden. Joh zal met de kinderen naar haar familie in
Kampen doorreizen. Zij wil met de kinderen in Holland blijven. Het is duidelijk
dat het huwelijk verre van ideaal is. Wout wordt door Joh, als hij zijn
kinderen naar Kampen brengt, met een scheldpartij op het station begroet. Hij
verzucht zo niet verder te willen gaan in dit huwelijk. Hij schrijft in een
brief dat hem veel leed bespaard zou zijn gebleven als hij indertijd subsidie
in Holland had geaccepteerd (?) en nu in Batavia bij het Gouvernement heeft
gesolliciteerd als Administrateur bij de Zout aanmaak (5) op Madoera.
Dat
is niet gelukt. Wanneer Wout in april 1913 alleen met de “Oranje” naar Indië is
teruggereisd wordt hij enkele maanden later op
voorspraak van Hr. Broekhuijsen, superintendent v/d Ned. Ind. Landbouw
Mij., als 2e machinist op de suikerfabriek “Pagongan” aan de noordkust van
Midden-Java in Tegal aangesteld. Wout logeert eerst op “Pagongan” bij de
Administrateur Van Hasselt maar woont al gauw zelfstandig met een Jongen en
diens vrouw als Kokkie. De Billiton Mij. heeft zijn passage retour Indië
vergoed en dat geld heeft Joh nu. Daarom verzoekt Wout zijn moeder f. 2500, -
over te maken op de Ned. Ind. Handelsbank te Tegal. Hij denkt er over tot een
loge van de Vrijmetselarij toe te treden.

W.P.Harten Jr. , s.f. “Pagongan”, Tegal-NI. (1914)
In
oktober schrijft Wout vanuit de Doekoewringin Kliniek twee lange brieven aan
zijn moeder. Er is veel misère: Willem woont bij hem, die alleen veel meubels
heeft inclusief piano en geen geld, de Jongen is na ruzie met Kokkie weggelopen
en Wout zelf werd 20 oktober met hevige bloeddysenterie in de “Doekoewringin”
Kliniek opgenomen. De kliniek wordt bekostigd door de 8 suikerfabrieken in de
omgeving van Tegal. Volgens zijn salaris kost het f. 2,62 per dag, maar de melk
kost liefst f. 2, - per dag. Een lelijke maar lieve zuster komt in de avond
buiten met hem triktrak spelen, wat Wout zo vaak met zijn vader deed. Haar
ouders maakten met de “Voorwaarts”, met vader Harten
als kapitein, het ongeluk mee op Messina. Wout denkt er over naar een betere
baan uit te kijken nu de 1e Machinist ook naar een meer betalende fabriek is vertrokken
en wil proberen zijn polyfoon te verkopen om aan wat geld te komen. Buijs, die
zich samen met Wout over Willem ontfermt, biedt aan bij hem in de zaak te
komen, maar Wout gaat hier niet op in. Hij ziet een betere toekomst in de
suiker. De technici blijven in Holland. Daar komen meer banen vrij met betere
salarissen, zodat er nu banen genoeg in Indië zijn.
Op
kerstavond schrijft Wout dat hij zich gelukkig voelt met dit leven hier alleen
en vindt dat Joh voorlopig in Holland moet blijven. Joh, die soms scheldbrieven
en soms te lieve brieven schrijft. Joh is de enige mens waar hij mee in
conflict komt en hij concludeert dat zij wel heel erg vreemd is. Nu insinueert
zij dat Wout wel niet altijd alleen zal zijn. Ze konden het samen toch zo goed
hebben in Indië!
In
augustus 1914, als de oorlog in Europa is uitgebroken schrijft Wout dat op de
suikerfabriek nu een nieuwe 1e Machinist en een nieuwe Administrateur zijn
gekomen, die Wout niet bevallen. Na de campagne wil hij weg. Wout is erg blij
met het fotoportret van zijn vader. Hij schrijft over zijn kinderen en zou
willen dat Joh met de kinderen naar Zetten ging i.v.m. hun opvoeding. Als Wout
een betere betrekking kan krijgen wil hij de kinderen weer naar Indië halen. Er
wordt veel in de suiker verdiend, maar niet door het fabriekspersoneel. Wel de
aandeelhouders en de makelaars. De suiker is dit jaar voor ± f. 7,625 tot f.
8,- verkocht. Maar voor 1915 al voor f. 13,5 tot f. 15,- of f. 18,- . Met de
huidige prijzen wordt er bij sommige fabrieken al zuivere winst van 4,5 & 6
ton gemaakt. De oorlog in Europa drijft de prijzen op. In Indië stijgen de
prijzen van levensmiddelen enorm: rijst van f. 9,- tot f. 22,- per picol. Er
wordt geld voor Holland en vooral voor België ingezameld. Ook bij Wout is het
“oorlog”. Zijn 1e Jongen liep weg, daarna ook zijn 1eKokkie, die moest
bevallen. Haar jeugdige vervangster pleegde herhaaldelijk aanslagen op zijn
onschuld! Weg er mee! De volgende oudere Kokkie kookte voortreffelijk, maar
ging er vandoor met het geld voor 5 dagen. De volgende bleef 1 dag en ging er
met f. 1,- vandoor. De volgende vroeg een voorschot, toen ze dat niet kreeg
kwam ze niet meer opdagen. De daarop volgende bracht een “wurm” mee en later
zat haar hele familie op het erf. Nu heeft hij weer een oudje.
Wout
solliciteert veel, maar zonder succes, zoals naar chef van een kleine
elektrische centrale van een grote houtaankap op Java waarvoor kennis van
Engels gevraagd wordt. Verdiensten f. 450,- + gratificatie. Dit afgelopen jaar
kreeg hij als gratificatie slechts f. 53,-. Eén gulden per week en één voor
Nieuwjaar! Wout leeft heel zuinig, maar niet gierig en heeft zichzelf op zijn
verjaardag op een klok getrakteerd. Klokkijken kunnen de Indische lui niet,
maar wel de slagen tellen zodat hij zijn eten op tijd krijgt. Nu heeft hij voor
langere tijd een oude heer als Jongen, die is van het oude slag maar maakt wel
ruzie met Kokkie, die een kind van twee heeft dat altijd poedelnaakt rondloopt.
Het hele huis is gewit, geverfd en geteerd. Wel deden ze te veel blauwsel door
het wit, zodat de achtergalerij er als een Italiaanse hemel uitziet. Het kind
van Kokkie zat onder de teer. Dit alles voor f. 9,60.
Er
zijn soms kleine genoegens: de prachtige tocht met een auto door de bergen
achter Tegal, een heel klein knus theestelletje kopen voor zus Nell, de eerste
brief van dochter Jopie van 5½ krijgen en dat de brieven van Joh een beetje
verstandiger worden. Eerder had “zijn tweede helft” hem een “meer dan
ploertige” brief geschreven waar hij twee dagen hoofdpijn van had. Die brieven
stuurt hij door aan zijn Moeder met de opmerking: “Er zijn menschen die kans
zien een ander krankzinnig te maken”. Op de verjaardag van zijn vader (13
februari) koopt Wout als troost voor zichzelf twee “koekeroetjes” waarvan hij
hoopt dat ze hem een beetje geluk brengen.

Wout met baard en
horloge in zijn borstzak.(1916) Horloge (Patria, Schönmann,
Soerabaja) met tijgertand.
Hoe
het Wout de volgende jaren vergaat, weten we niet. We leiden uit
passagierslijsten af dat Joh in 1917 met de “Prinses Juliana” van Batavia naar Nederland terugreist.
Zij moet dus bij Wout op bezoek geweest zijn. Op Kerstmis 1922 stuurt Wout
vanuit Soerabaya een telegram naar zijn moeder, dat zij de kinderen in Holland
moet zien te houden. Joh wil zeker weer naar Indië reizen en nu met de kinderen.
Halverwege
de jaren twintig maakt Wout kennis met Johanna Jacoba Koning, Coby genoemd en
gescheiden van Herman Johan François Dekker. Coby heeft twee zonen Jack en Cor
en Wout dus zoon Wout en dochter Joke. Joke zal na de 2e Wereld Oorlog veel
contact met Cor hebben. Op 10-1-1929 wordt de scheiding met Joh uitgesproken en
daarna trouwt Wout met Coby.
W.P.Harten Jr. & J.J.Harten-Koning (Oct. 1931)
In
1928 staat Wout als 2e Machinist in het Jubileumboek van de Middelbare
Technische School “Amsterdam” vermeld als wonende op de suikerfabriek “Djatie”
(Ngandjoek). Het is denkbaar dat Wout dat jubileum heeft meegemaakt, want op 28
oktober 1927 komt hij met de “Grotius” in Genua aan en
op 27 maart 1928 vertrekt hij met de “Prinses Juliana” weer naar Indië. Dit bezoek geldt
hoofdzakelijk de ziekte en het overlijden van zijn moeder op 15 november. Bij
de begrafenis van zijn vader was Wout niet aanwezig. Zijn moeder kan hij naar
haar laatste rustplaats op Zorgvlied brengen.
Daarna
kunnen we de draad van Wout’s leven pas weer oppakken als Joke, die inmiddels
met Siep Martens getrouwd is en in Middelie (NH) woont, in januari 1932 haar
vader telegrafeert dat hun zoon Hans is geboren. Daarop schrijft Wout een brief
waaruit blijkt dat hij al 9 jaar bij de suikerfabriek “Djatie” woont en daar nu van 6 uur in de morgen tot 5 uur
in de avond werkt met slechts 3 uur rust. Dat neemt in oktober toe tot 14 à 18
uur per dag. Het gaat zo slecht in de suiker dat Wout per 1 december met pensioen gestuurd
wordt en naar Malang verhuist om daar te proberen een baantje te krijgen. Het
pensioen is te klein om van te leven. Er heerst ongekende armoede op Java. Wout
schrijft dat hij nu al 3 jaar getrouwd en zeer gelukkig is met Coby. Hij vraagt
nog naar zijn zoon Wout, die een erg opgewonden en brutale brief schreef en
gaat in op Joke’s mededeling dat Joh zich nu zeer onhebbelijk t.o.v. haar en
Siep gedraagt.
Weg naar de suikerfabriek “Djatie”. (1931)

Suikerfabriek Djatie. (1931) In de suikerfabriek.

Huis (linker helft)
W.P.Harten Jr. te Ngandjoek (NI),1930. W.P.Harten Jr. , op s.f.”Djatie”,
Ngandjoek,1932.
Als
Wout in Januari 1933 Joke met de geboorte van zijn naamgenoot feliciteert woont
hij met Coby op de weg van Malang naar
Batoe in een klein huisje (Betèk 14) aan de drukke weg naar Kediri op 25
minuten loopafstand van Malang. Zij hopen over 3 maanden een huisje van de
A.M.V.J. te betrekken. (6) De huisjes
zien er weinig Indisch uit: zeer gesloten i.t.t de open Indische bouw. Deze
Mij. laat met behulp van de Gemeente en het Gouvernement een 100-tal huisjes
voor “gesjochte” mensen bouwen. Alle
cultures en vooral de suiker gaan slecht. De Javaan eet van 5 à 6 ct per dag en
Japanse textiel is goedkoop: 5ct per el.
In
Juni van dat jaar wonen Wout en Coby inderdaad in het A.M.V.J.dorp bij Malang,
Djeroekweg 14.

Nieuwe
AMVJ-nederzetting, Malang. (1933)

Djeroekweg 14, AMVJ-nederzetting, Malang.(1933). Wout en Coby op weg naar Malang.

Wout en Coby Harten voor en in hun huisje AMVJ-dorp bij Malang.(1933).
Het
lukt Wout (nu 55 jaar) niet aan de slag te komen. Jongeren gaan voor. Hij
solliciteerde ook als machinist voor de suiker in Brits-Indië. Stork-Werkspoor
levert daar installaties voor moderne fabrieken.
De
kerstbrief, die Wout schreef, zou als luchtpost met de “Postjager” en de
“Zilvermeeuw” meegaan en van bijzondere poststempels voorzien worden. Dit was
groot nieuws en Wout wilde Joke en vooral Sibrand blij te maken met een
enveloppe voorzien van bijzondere postzegels en stempels. Pech was er de
oorzaak van dat Wout de brief op andere wijze moest versturen. (7)
In
mei 1935 schrijft Wout zich met Coby in bij zijn zuster Nelly op de Saxen
Weimarlaan 36 en in juni 1935 vertrekken ze naar Haarlem, Kleine Houtweg 4A.
Daarbij geeft hij als godsdienst Remonstrants op, zoals zijn vader op het
laatst van zijn leven ook deed. De familie Harten is dus van de Nederlands
Hervormde kerk overgegaan naar de Remonstrantse.

Haarlem, Kleine
Houtweg 4A (bovenetages) (2008) Wout en Coby op Scheveningse
Pier.( 1936)
In
Januari 1937 brachten zij Bientje, de vrouw van de jongste zoon van Coby, Cor
Dekker, naar de “Maetsuyker” (8), die naar Indië
vertrok.

Cornelis Dekker en Tunina
Dekker-Jorens. (1935)
Wout
en Coby vinden de winters maar erg koud in Holland en zijn veel ziek of
verkouden. Het vriest als Joke’s derde kind
Sibrand op 13 Februari, de verjaardag van Wouter Harten Sr., wordt geboren. Toch gaan ze direct op kraamvisite.
Op de eerste verjaardag van Siepje kunnen ze wegens verkoudheid niet komen. Een
maand daarna krijgt Coby een tweede griepaanval. ’s Zomers leven Wout en Coby
op en logeren dan in Middelie zodat Opa Harten van zijn kleinkinderen kan
genieten. Maar een reis naar België, die Joke gewonnen heeft, wijst hij af.
Misschien wel omdat er kosten bijkomen. Ze hebben het krap en dat blijkt wel
als Joke hen na een logeerpartij tram- en buskaarten meegeeft. Dit alles leidt
er toe dat ze besluiten op 28 Oktober van dit jaar met de “J.P.Coen” weer naar Indië
terug te gaan. Zij boeken bij De Vries & Co, verkopen hun inboedel en
logeren tijdelijk in de Coornhertstraat
Vlak
voor hun vertrek laten zij in Haarlem nog enkele foto’s maken.

Wout Harten met zijn kleinzonen Wout,
Sibrand en Hans (v.l.n.r.), Haarlem, 1938.

Wout Harten, Haarlem 1938. Wout Harten en Coby
Harten- Koning, Haarlem 1938.

Gezamenlijk paspoort, W.P.Harten
Jr. en J.J.Harten-Koning, Haarlem, 18 October 1938.
Samen
met de kinderen nemen Joke en Siep aan boord afscheid van Wout en Coby. Zus
Nell kan niet meekomen wegens ontstoken beenaders. Hoewel het weer mooi is
hebben Wout en Coby geen aangename zeereis. Wout is weer verkouden en voelt
zich tot aan de Rode Zee grieperig. Omdat hun hut achter op het schip ligt
merken ze veel van het dansen en het hinderlijke trillen. Hoewel het mooi weer
is zijn er veel zeezieken. Vooral de vrouwen; ook Coby. Er zijn twee miskramen.
Het gezelschap aan boord is heel aardig. Op Sabang worden kolen ingenomen: een
vieze boel. Op Belawan gaat de Sultan van Deli met zijn gevolg van boord en
Wout verlangt langzamerhand naar een goed bed en een zoetwater bad. Na aankomst
in Priok, op 27 November, blijven Wout en Coby nog enkele dagen in Batavia
voordat ze naar Bandoeng doorreizen. Het is erg heet, zodat het inklaren van
hun goederen niet meevalt. Het onderzoek
en het verstrekken van de Toelatingskaarten neemt een hele dag in beslag. In
het koele Bandoeng ontvangt de fam. Asbeek-Brusse hen hartelijk. Mw Brusse
heeft gezorgd dat ze een huisje voor f. 17,50 p/m kunnen huren. Alles is
goedkoop; vruchten, groenten en een Baboe van half zeven tot twee is f. 5,-
p/m. Een Jongen voor boodschapjes, vuil werk en de tuin is f. 2,- tot f.2,50
p/m. Zij vieren St. Nicolaas met de fam. Brusse en hun drie kinderen. Ze
genieten van het heerlijke klimaat. Overdag warm en ’s nachts een deken. Maar
niet alles is rozegeur en maneschijn. Coby wordt ziek en heeft hoge koorts en
broer Willem is ernstig ziek en overlijdt. Wout ziet en spreekt hem gelukkig
nog voordat hij sterft.
Als
het huisje “op stel” is vindt Wout een baantje als Daggelder bij de Luchtvaart
Afdeling in Bandoeng. Van half zeven tot half drie. Elke morgen om vijf uur opstaan
en tegen zes uur het huis uit. Hij voelt zich weer mens nu hij weer onder de
mensen is. Het is een aardig zakcentje; meer niet. Joh mag het vooral niet te
weten komen want dan stuurt ze weer een advokaat op zijn dak. Coby is dik
tevreden met het huisje dat nog kleiner is dan de etage in Haarlem: alles is
gelijkvloers! En Wout is blij met het Bandoense klimaat. Ze leven rustig met
een wandeling of een bioscoopje (voor f. 0,35 al een goede plaats). Coby heeft
al één kleinkind van 10 maanden (Riny, zoon van Jack Dekker) en de volgende is
daar op komst.
Voor
zijn verjaardag op 17 Mei krijgt Wout veel cadeaus. Nettie Brusse (bijna 11
jaar) stond al om 6 uur met een bos daliah’s
– van eigen centjes gekocht - voor de deur. Van Cor en Bientje kreeg hij
een schrijven met een doos sigaren en een das. Van Coby een boek en een mooie
das en van Ma Brusse ook een das! De kleding v/d mannen is minder sober dan
vroeger en Wout kan zich niet meer in een toetoep jasje vertonen. Van Joke en
Siep krijgt hij een fotoalbum met kiekjes van de hele familie.
Wout
werkt later dit jaar tot vijf uur door. Het vliegveld wordt uitgebreid en elke
14 dagen komen er nieuwe vliegtuigen aan. Een week zelfs 12. Wout wordt sterk
onderbetaald door het Gouvernement, maar in deze tijd kunnen ze genoeg mensen
krijgen, dus…… Eind mei zal het 25-jarig jubileum van de L.A. gevierd worden.
Hoofdzakelijk met een militair karakter.
In
zijn brieven aan Joke leeft Wout in gedachten met zijn kleinzonen mee: de
regenput en de sloot achter het huis in Middelie zijn een nachtmerrie voor hem.
Het “grapje” van Woutje is hij nog niet vergeten. Die had zich bij
verstoppertje spelen in de kist van de geit verstopt door deze over zich heen
te laten kantelen. Broer Hans kon hem niet vinden en sloeg alarm. De gehele
familie zocht Woutje, inclusief Opa Harten. Ze dregden zelfs in de sloot, maar
Woutje, die dat allemaal in zijn schuilplaats kon horen, gaf geen krimp. Wout
maakt zich ook ongerust over de oorlogsberichten uit Europa. Zij merken in N.I.
zo ongeveer niets van oorlog. Alleen het gepaf van vuurwerk, want het Inlands
Nieuwjaar nadert.
Op
31-1-1940 schrijft Wout vanuit Bandoeng een felicitatiebrief voor Sibrandje
naar Holland. Dit is de laatste brief die Joke van haar vader ontvangt. De
bezetting van zowel Nederland als Indië verhindert verdere communicatie. Wout
kan alleen maar treurige berichten schrijven: Bientje, de vrouw van Cor Dekker,
heeft een doodgeboren kindje gekregen en bij het laatste vliegongeluk op Bali
is als enige overlevende de mecano Van ’t Riet, die op 5 minuten lopen van Wout
af woont. Hij is per vliegtuig aangekomen en ligt nu zwaar gewond in het
ziekenhuis. Wout hoopt vurig dat Holland buiten de oorlog in Europa gehouden
wordt: een ijdele hoop.
Op
28-12-1945 schrijft Cor Dekker uit Singapore, Beatrixkamp Changi 4e Comp. 7e
Sectie (9) aan Nelly Harten
een brief over haar broer:
Cor
had ontslag genomen bij de KPM om bij Tubien te wonen. Omdat er veel mensen bij
het Militaire Vliegveld in Bandoeng, waar Wout werk had gevonden, gevraagd
werden ging hij daar ook werken. In die tijd ging het zenuwgestel van Coby
achteruit maar Wout was nog goed gezond. Op 8 Dec. 1941 brak de oorlog met
Japan uit en op 8 Maart 1942 was de overgave. Die drie tussenliggende maanden
heeft Wout ondanks de bombardementen op het vliegveld hard gewerkt om de
vliegtuigen oorlogsklaar te maken. Hij was een ware held. Cor werd 20-8-1942
geïnterneerd en Tubien in december 1942. Wout en Coby kwamen in een kamp van
oudevandagen. Het laatste adres van hen was: Nakoelaweg 64 te Bandoeng. Alle communicatie was daarna verbroken.
Verder schrijft Cor dat Oom Wout heel veel voor Cor en Tubien heeft betekend.
Hij was als een vader voor hem. Ja, Oom Wout was een schat! Was hij maar niet
naar Indië terug gegaan.
Op
8-1-1946 schrijft ook Tubien J. Dekker-Jorens uit Semarang, Dj. Moeria 1
(Tjandi wijk), over de internering en het sterven van Wout Harten:
Cor
en Tubien woonden in Bandoen in dezelfde straat. Tijdens de bombardementen op
het vliegveld vermagerden Wout en ook Cor zichtbaar. Na de internering van Cor
in Aug. ’42 kwam Wout elke dag bij haar langs. Zij voelde dat Wout veel van
haar hield en bezorgd over haar was. Bientje laat doorschemeren dat Coby niet
zo makkelijk was en dat Wout het ook met haar niet zo goed had getroffen. Tot
het laatst toe werd hij geplaagd. Cor voelde zich zelfs schuldig t.o.v. Oom
Wout. Wout werd niet geïnterneerd maar moest zich van tijd tot tijd “melden”.
Wout en Coby moesten naar een kleiner huisje verhuizen in een wijk die later een “gezinskamp”werd
voor ouderen, zodat ze er konden blijven wonen. Na een influenza was Wout sterk
verouderd. Precies op zijn verjaardag in ’43 kreeg hij een maag-darm bloeding,
dat ten gevolge van kanker bleek te zijn. Iets later werd Coby geopereerd aan
baarmoederkanker. Wout kon haar één keer
onder geleide van een agent opzoeken . Toen Bientje Coby na ontslag uit het
ziekenhuis naar huis mocht brengen zag ze Wout terug als een magere oude man:
zo’n 20 jaar ouder. Bientje was haast zenuwziek van Coby geworden en vroeg Oom
Wout hoe hij het had kunnen volhouden. Twee dagen voor Wout zijn overlijden
werd Bientje naar het ziekenhuis geroepen, denkende dat het voor Coby was, maar
het was voor Wout. Hij vertelde dat Coby ontoerekenbaar was. Zo ziek als hij
was moest hij van haar een tafel gaan schuren! Omdat hij het niet deed, ging ze
met potten en pannen smijten. Wout dacht aan zijn vader, die ook (keel)kanker
had en dat toen de mensen met druiven, wijn, etc. aan kwamen zetten. De zusters
hier zijn ook lief, maar er is niets om mij te geven. Wout zei: “Als ik gaan
moet, och, dan is het óók goed; een mens wil leven, maar je moet het duur
betalen, hoor….en het is het niet waard!” De 2e nacht daarna leed Wout
onmenselijke pijnen, maar riep de zusters niet. Hij kreeg een spuitje, maar 2
uur later kwam de pijn terug. Toen stief hij. Ze vonden hem met grote tranen op
zijn wangen. Het was 17 april 1944, precies een maand voor zijn 67e verjaardag.
Coby toonde weinig emoties bij de begrafenis. Toen ze een tijdje later in het
rusthuis in het kamp van Bientje werd
opgenomen, sprak ze nooit meer over Oom Wout. Bientje kreeg het idee: “Haar
knecht is weg, soedah”. Coby moest naar een zenuwinrichting en werd tenslotte
onder de morfine gehouden. Zij sterft op 8 augustus 1944.
Wout
en Coby liggen nu beiden op het “Nederlands Ereveld Pandu” in Bandung begraven.

Graf
W.P.Harten Jr.“Nederlands Ereveld Pandu” in Bandung. Overlijdensadvertentie en dankbetuiging W.P.Harten
Jr. en J.J.Harten-Koning