Johanna Hendriks

Johanna is de tweede van in totaal zeven kinderen en groeit op in een rechtzinnig protestants gezin in Kampen. Wanneer Joh 22 jaar is en als verpleegster in het Diaconessenziekenhuis te Utrecht werkt overlijdt haar vader.

               

Joh Hendriks, Diaconessenziekenhuis Utrecht.        Joh Hendriks, voorste rij links, diaconessenziekenhuis Utrecht.

In de eerste jaren van de twintigste eeuw besluit zij naar Ned. Indië te vertrekken om in Batavia in een ziekenhuis te gaan werken. Joh ontmoet Wout Harten en zij trouwen op 11 november 1906. Het huwelijk wordt in de Willemskerk (1) te Batavia ingezegend en daarna vertrekken Joh en Wout naar Billiton, waar hij al enkele jaren te werk gesteld is.


Joh Harten-Hendriks, Batavia 1906.

Johanna brengt haar kinderen in Soekaboemi, de kraamkamer voor de Hollandse vrouwen, ter wereld. Op 7 september 1907 wordt zoon Wout geboren en op 13 januari 1909 dochter Joke.

In augustus van 1911 vaart het gezin Harten met de “Oranje” naar Holland en op 9 maart 1912 met de “Goentoer” weer terug naar Batavia en vandaar met de “Carpentier” naar Billiton. Terug in Manggar schrijft Joh haar schoonmoeder een brief. Dat is de eerste die we van haar kennen. Geen leuke brief die Willy krijgt terwijl haar man op sterven ligt. Het zit niet goed tussen Joh en haar schoonmoeder, die met goede bedoelingen leesboekjes voor haar kleinzoon Woutje naar Indië wil sturen. Joh beschouwt dat als bemoeienis met de opvoeding van haar kinderen en is daar boos over. Te samen met deze brief is een klein Sinterklaasgedichtje van Joh’s hand door Willy bewaard. Toen al was er wrijving tussen Joh, haar man en schoonfamilie.

St. Nicolaas gedichtje van Joh, 5 december 1911.

Wat wij verder van Joh weten is ons slechts overgeleverd in enkele brieven, die verre van leuk zijn om te lezen. Toen haar dochter Joke die tegen het einde van haar leven nog eens las kwam er veel verdriet naar boven en had zij de neiging de brieven te vernietigen. Joh schrijft soms hele preken en noemt daarin veelvuldig de woorden Zonde en Satan. Achteraf kunnen we alleen maar medelijden met haar hebben, maar dat neemt niet weg dat zij met haar gedrag haar man en kinderen en verdere familie veel verdriet heeft aangedaan.

Als Wouter Harten Sr. net is overleden, krijgt zijn weduwe Willy al weer een boze brief van Joh. Dat doet Willy heel veel verdriet. Het verschil tussen Joh en de vrijzinnige sfeer van en de gehechtheid binnen het gezin Harten zal hier wel toe hebben bijgedragen.

Met kerstmis van 1912 is Joh met Wout en de kinderen al weer op weg naar Holland. Nu varen ze op de s.s. “Grotius” (2) Wout is teruggeroepen om in Den Haag met de directie van zijn Maatschappij een bespreking te voeren. Joh wil met de kinderen in Holland blijven en reist met hen door naar haar familie in Kampen.

In 1914 woont Joh met de kinderen in Zwolle, Kl. Weezenland 19.  Wout, die zich zorgen maakt over de opvoeding wil Woutje en Joke bij zijn zuster Nell onderbrengen, die zelf geen kinderen heeft en naar zijn mening goed voor ze zal zorgen. Het blijkt dat Joh meer aan zichzelf denkt dan aan haar kinderen. Joh weigert dit en schrijft een zeer onvriendelijke brief aan Nell. Dat er reden is de kinderen aan Joh’s zorg te onttrekken komt in 1916 duidelijk tot uiting in brieven van Mw. Stam. Willy heeft contact gekregen met Mw. Stam en zendt via een zekere mijnheer Smidt geld naar Zwolle.  Mw Stam haalt dat geld bij de heer Smidt op en koopt daarmee kleren voor Joke en Woutje, betaalt het schoolgeld en de dokter die de kinderen onderzoekt en een attest afgeeft, zodat Joke en Woutje  bij Mw. Stam in huis kunnen worden opgenomen. Volgens Mw Stam moeten de kinderen met liefde en geduld weer “anders” worden. De kinderen zijn ’s avonds veel te veel alleen in huis gelaten.

Schriftje van W.F.Harten-Kissing waar ze de uitgaven voor haar kleinkinderen in noteerde.

Nu de kinderen bij Mw Stam zijn reist Joh met de “Prinses Juliana” naar Nederlandsch Indië om Wout te bezoeken en keert in 1917 met hetzelfde schip via Genua terug (3), waar zij geruime tijd verblijft en geld “leent” bij het Nederlands consulaat, dat haar man later moest terugbetalen. Zij denkt namelijk dat het geld aan haar gegeven wordt zonder dat het terugbetaalt moet worden en neemt daarom zoveel geld op als zij maar kan krijgen. Het verhaal gaat dat zij bij het bewonderen van de prachtige beelden op het befaamde kerkhof van Genua een stap achteruit deed om de beelden nog beter te kunnen zien en naar beneden viel.

Wout en Joke Harten (ongeveer 7 en 5 jaar oud)

Als Willy in november jarig is schrijven haar kleinkinderen enthousiaste briefjes en vertellen dat Tante Mien (Mw. Stam) zoveel voor ze doet en hen Sinterklaas liedjes leert. Ter gelegenheid van die verjaardag laat Willy in Zwolle taartjes bezorgen. Mw. Stam kookt die dag pudding met vanillesaus en warme bitterkoekjes. Joke en Woutje hebben een verjaarsliedje voor Oma gezongen, bonbons gegeten en anijsmelk gedronken. Er waren nog mooie bloemen, die Tante Jo, de zuster van Mw. Stam, een paar dagen eerder voor haar verjaardag had gekregen. Kortom de kinderen leven weer helemaal op.

 

Enthousiast briefje van Joke aan haar grootmoeder (18-11-1916).

In 1918 heeft Joh de kinderen weer onder haar hoede en is met hen naar Dieren (Rijksweg 81) verhuisd en deelt haar schoonmoeder mee, dat ze haar kinderen geen brieven meer naar haar en Nell laat schrijven. Nell had in deze schaarse oorlogstijd nog wel een groot pak havermout opgestuurd.

In november van dat jaar schrijft Joh een brief aan Willy met als aanhef “Mevrouw”. Een brief, die meer een preek is dan een brief. Willy moet zich “bekeren”, enz. Hugo, de echtgenoot van Nell noemt ze een “Slaaf der zonden”. Gelukkig is een volgend briefje milder van toon als zij “Waarde Moeder” schrijft en de wens uitspreekt “dat de Heer U nabij moge zijn”.

Joke en Wout Harten met hun Tante Nell Harten

In 1920 mochten de kinderen met de Kerstvakantie in Amsterdam bij Oma komen logeren, maar Oma wordt ziek en de logeerpartij kan helaas niet doorgaan.

Het is pas in 1926 dat we weer iets over Joh en de kinderen lezen. In dat jaar zijn die naar De Bilt verhuisd. Wanneer Willy in Dieren bij vrienden gaat logeren hoort ze o.a. van Ds. Mulder, waar Joh de deur plat liep, dat Joh als afscheidsgeschenk een 2e hands jurk aan zijn vrouw cadeau deed, die natuurlijk weigerde deze jurk aan te nemen. Joke was al een jaar van het Lyceum thuis gehouden en liep bij een lezing van Ds. Mulder in het kostuum van het Leger des Heils.  Joke gaat nu naar de opleiding voor verpleegster in het Diaconessenhuis in Utrecht. Willy ontdekt dat Joh en haar zoon Wout onder valse voorwendsels geld (200 gulden) van Vader Wout hebben afgetroggeld. Willy schrijft daarover aan Nell: “Je staat versteld van het doordrijven en de stommiteiten van Joh en zoon Wout. Zij denken laat vader maar betalen!” Later vertelt Wout‘s vrouw dat zijn vader is voorgehouden dat Wout biologie in Utrecht studeerde en dat daar veel geld voor nodig was. In werkelijkheid zat hij in het Leger des Heils. Ruim tien jaar later lopen Wout en zijn vrouw Nel (v.d. Made) zijn vader in de Amsterdamse Kalverstraat tegen het lijf. Vader Wout is zo teleurgesteld in zijn zoon dat hij zich van hem afwend en vrij snel doorloopt.

Het is pas weer in mei 1932 dat we een bedankbrief van Joh kunnen lezen. Zij was namelijk kort na de geboorte van Joke’s eerste zoon onverwacht met een verhuiswagen uit Zwolle naar Middelie gekomen met het plan (ongevraagd) bij haar dochter en schoonzoon in te trekken. Het lukt Joke en Siep Joh na enige maanden weer te laten vertrekken. Zij laat de piano achter waarop Joke en Wout hadden leren spelen.

Joh is nu officieel van haar man gescheiden en beschikt over weinig geld. Dat blijkt als er in Middelie een brief van de Zwolse verhuizer C. Schuurhuis komt met het verzoek of Mw. Harten de verhuiskosten van f. 30,- eindelijk eens wil betalen. Joke’s man Siep betaalt jaren lang 35 gulden per maand voor het levensonderhoud van zijn schoonmoeder.

Joke wil na dit bezoek in 1932 geen contact meer met haar moeder hebben. Haar kinderen horen nooit iets over hun grootmoeder Harten. Joke’s broer daarentegen neemt, als hij in Deventer woont, zijn moeder wel enige tijd in huis op.

Als Joh gestorven is gaat Joke naar de begrafenis. Joke en Wout hebben samen het graf voor haar betaald op de begraafplaats Heidehof (4) in Apeldoorn. Er is nooit een steen op het graf gekomen.

 

NOTEN

1.   Willemskerk te Batavia.


 

2.   s.s. “Grotius

    

3.   s.s. “Prinses Juliana

 

   


Terug:
Schip: s.s. “Prinses Juliana”
Schip naar : Nederland
Gezagvoerder : J.R. de Brouwers

Info :
“De Stoomvaart Maatschappij Nederland deelt de voorloopige lijst der passagiers mede, welke aan boord zijn van het s.s. “Prinses Juliana”, gezagvoerder J.R. de Brouwers, liggende te Suez, hetwelk order heeft gekregen naar Indië terug te keeren.

Zoodra bekend is, welke passagiers eventueel zullen ontschepen om op eigen risico per andere scheepsgelegenheid de reis voort te zetten, zal hiervan een nadere opgave worden verstrekt”
: o.a. Mevr. J. Harten-Hendriks: 3e klasse.
Blijkens ontvangen telegram van de agenten der Stoomvaart Maatschappij Nederland te Suez zijn de navolgende passagiers van de s.s. “Prinses Juliana” aldaar ontscheept: o.a. Mevr. J. Harten-Hendriks.

4. Begraafplaats Heidehof.
http://www.begraafplaatsenonline.nl/gelderland/apeldoorn/7339bx_heidehof.php

Naam (Achternaam, voornaam):

Hendriks, Johanna

Grafnummer:

03/1516

Grafsoort:

Oude klassegraven (klasse 3)

Overlijdensdatum

26-10-1973