1773-1852
2.
Studietijd
Hoe Marten zijn studie verloopt en hoe hij
in deze tijd van de Verlichting in het (doperse) leven staat en ook hoe hij tot
predikant beroepen wordt lezen we in enkele bewaarde brieven die hij tussen de
jaren 1794 en 1799 aan zijn ouders schreef. Zie hiervoor het boek:

Ik heb het groote doel mijner Aardsche bestemming bereikt
De brieven van student Marten Martens (1794-1798)
en zijn leven als doopsgezind predikant,
school
opziener, vertaler en dichter in Friesland (1798-1852)
Ingeleid en van aantekeningen voorzien door Sibrand P.Martens en Simon Vuyk.
Google
Books
Marten
doet over zijn studie twee jaar langer dan gewoon omdat hij bij het opzeggen
van zijn proefpreken te veel hapert. In deze tijd werd van de studenten
verlangt dat zij een preek van meer dan een uur zonder haperen uit het hoofd
konden opzeggen. In juli 1796 had hij zijn eerste proefpreek gehouden. Zelfs
bij de zesde proefpreek in augustus 1797 hapert hij weer, maar als hij “en
Petit comité” deze nog eens mag over doen komt er in de boeken te staan dat hij
deze “zonder haesitatie” heeft volbracht. Op 12 december 1797 legt hij zijn
proponentsexamen met goed gevolg af en houdt hij zijn zevende preek. Zijn vader
is zeer verheugd dat Marten zijn studie heeft beëindigd en stuurt op 17 juni
1798 een bedankbrief aan de Eerwaarde
Kerkenraad bij het Lam en den Toren in Amsterdam.


Pas
in het vierde jaar van zijn studie bezoekt Marten in de zomervakantie van 1795
zijn ouders in Friedrichstadt. Een lange reis met een beurtschipper over zee.
Zo’n reis was een zeer kostbare zaak. In elke brief aan zijn ouders vraagt
Marten om geld. Hij moet zuinig leven en verdient in 1796 een centje bij door
“De kleine Jack”van Thomas Day te vertalen. In de zomer van 1794 wast hij zijn
vriend Romke Zuiderbaan, die in Pieterzijl in Groningen verbleef nog nagereisd.
De andere vakanties blijft hij alleen in Amsterdam achter zonder het gezelschap
van zijn medestudenten. Daar maakt hij in 1795 de intocht van de Fransen mee.
Martens blijkt zeer patriottisch gezind te zijn, maar is daar heel voorzichtig
mee. Maar in Januari 1798 verblijft hij enige weken in Emmerich waar hij op
beroept preekt. Het is interessant te lezen hoe avontuurlijk deze reizen zijn.
Na Emmerich gaat hij naar Holwerd om daar op beroep te preken. Als hij op die
reis door Hallum loopt, waar hij met de trekschuit is aangekomen en enkele oude
bekenden bezoekt, hoort hij op straat de mensen zeggen: “Is dat niet de zoon
van Ds Martens?” Over landpaden loopt hij met zijn reistas van Hallum naar
Holwerd waar hij gastvrij ontvangen wordt. Ondanks de geringere verdiensten
kiest hij toch voor Holwerd. Deze gemeente zal hij tot op hoge leeftijd dienen.
- Genealogie van Sibrand Pieter
Brouwer Martens