Jan Hermanus Harten Jr. 1892-1952 .


Wouter groeide op in een groot en saamhorig gezin in Semarang.

Hart Agerb kinderen,Willy,Herman,Alex,Neel,Johanna,Marie,Wouter,Vic

Kinderen van de familie Harten-Agerbeek:(l>r)Neeltje,Vic, Alex,Willy, Joh,Tat, Wouter en Herman.Ca1900

3.13 Huize Harten-Agerbeek 001
l>r; Wout, Willy, Neel, Alex, Vic, Maria(Tat) en achter de 3 meisjes De Vries Herman

 

Zijn Tante Willy Harten-Kissing schrijft als zij in Den Haag logeert op 10 Oktober 1912 het volgende: Tante Toet kwam met twee zoons van Oom Herman langs. Waren onverwachts over Parijs gekomen. Ma was uit gegaan. Kwamen Zaterdag terug. Het ware lieve jongens. De oudste Herman is 20 en Victor 18, een zacht kind als zijn vader, had lieve ogen. Die stonden telkens met tranen als Semarang werd aangeroerd. Waarschijnlijk komt hun vader ook binnenkort.

Inderdaad staan Herman en Vic op de passagierslijst van de Ophir die in 1912 van Java naar Nederland vaart. In dat zelfde jaar kwamen hun ouders met het jongste zusje Constance (Kleintje genoemd) met de Tabanan naar Nederland. Herman en Vic kwamen voor hun verdere opleiding naar Nederland. In die tijd is de volgende foto genomen.

49. Vic, Kleintje, broer 001-002

Herman, Kleintje en Vic (van l>r)

In Juni van dit jaar had Herman in Semarang het eindexamen HBS met goed gevolg afgelegd. Twee jaar later in 1914 vaart hij met de Tambora weer terug naar Indië. In dat zelfde jaar vaart (zijn moeder)  Mw. Harten met kind ook op de Tamboraterug naar Indië. Waarschijnlijk varen zij samen, maar staat de meerderjarige Herman afzonderlijk op de passagierslijst. Vader Herman is zeker al in 1912/13 naar Indië terug gegaan.

Feestmaal Herman 2e rechts, Vic 6e

Diner Ca 1914: Marie Harten-Agerbeek (l), naast haar Vic en Herman staande aan eind van de tafel.

Welke opleiding Herman in Nederland heeft gevolgd is niet bekend maar in Juni 1915 wordt hij bij het kadaster in Ned. Indië geplaatst aan de opleidingscursus in Bandoeng, residentie Preanger Regentschappen,  en benoemd tot tijdelijke adjunct-landmeter op fl. 150,-- ‘s maands . Dit werk in de buitenlucht bevalt Herman zeker niet want op zijn verzoek wordt hij met ingang van 6 Februari 1916 eervol uit 's landsdienst ontslagen. Hij wordt nu bureauklerk 1e klasse bij de dienst S.S. Dat mondt in 1918 uit tot de benoeming van 3e commies bij het Dept. van Financiën en in 1919 tot tijdelijk commies redacteur bij voornoemd Dept. op fl. 250,-- ’s maands.

In 1920 staat in het Indisch telefoonboek van Bandoeng vermeld: J.H. Harten, Klerk S.S. Westerlijnen.  En een jaar later staat er J. H. Harten, Com. Redact. Fin. - Westerlijnen.

In januari 1925 trouwt hij (eindelijk) met Dé Klerks en echt de twee dochters Hannie of Hans en Fé die hij bij haar verwekt heeft. In juli 1926 wordt hun zoon Robbie geboren. Nog dat zelfde jaar scheiden Herman en Dé.

In 1926 wordt Herman wegens langdurige dienst een jaar verlof naar Europa verleend, met bepaling dat hij zijn betrekking op 1 Augustus 1927 zal neerleggen. In augustus vaart hij met de “Pieter Cornelisz Hooft” van Batavia naar Amsterdam. Op 3 september kwam het schip te Genua aan. Veelal namen de passagiers hier de trein naar Nederland omdat dit sneller ging dan de boot. Misschien deed Herman dat ook.

Zijn verlof wordt wegens ziekte nog met 3 maanden verlengd. Op 17 oktober 1928 vertrok Herman met de Tanbora weer naar Indië.

Na terugkeer in Indië maakt Herman op 20 november 1928 weer promotie. Nu wordt hij benoemd tot administratief ambtenaar met den titel van Adjunct Referendaris bij het Departement van Gouvernementsbedrijven te Bandoeng met een salaris als 1e commies op fl 625,-- 's maands. Hij staat in het telefoonboek van Bandoeng als zodanig vermeld.In september 1929 hertrouwt Herman in Bandoeng met Eef/Eveline Monterie

Drie jaar later blijkt Herman weer ziek te zijn. Hem wordt wegens ziekte een binnenlands verlof verleend voor een tijd van een maand, door te brengen te Bandoeg of Soekaboemi ingaande 25 Nov. 1931.

In 1932 wordt op 12 augustus de scheiding van tafel en bed tussen Herman en Eef uitgesproken bij vonnis van de Rechtbank van Justitie te Batavia.

In 1934 is Eef Monterie met Herman’s dochtertje Felicia Hermana naar Holland gereisd en zij gaan op 21 augustus op de Goudsbloemlaan 180 in Den Haag wonen. Op 15 november verhuizen zij naar de Copernicuslaan 151 en op 25 februari 1935 naar de Thomsonlaan 90 om op 25 juni weer naar Buitenzorg (N.I.) te vertrekken.

In 1935 is het weer zover: na 6-jarige dienst wordt Herman 8 maanden verlof naar Europa verleend ingaande per 1 Augustus. Hij vertrekt op 7 augustus 1935 met de ”Johan van Oldenbarnevelt” naar Amsterdam. Op 11 augustus waren zij te Sabang. Ruin een half jaar later op 11 maart 1936 vertrok hij met de Dempo van Rotterdam terug naar Batavia.

We kunnen hieruit opmaken dat Eef nu zorgt voor Herman’s dochter Fé uit zijn eerste huwelijk.  Bovendien reizen ze langs elkaar heen tussen Indië en Holland.

 Bij terugkeer volgt in 1937 weer een andere benoeming. Nu tot adj. referendaris bij het Departement van Verkeer en Waterstaat  Afd. personele en Algemene Zaken.

Herman wordt door Hare Majesteit Koningin Wilhelmina op 8 Augustus 1941 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Aan welke verdienste hij dat te danken heeft? Zeker niet aan zijn huwelijksleven.

Hoe hij de oorlog is doorgekomen in ons (nog) niet bekend. Als ambtenaar is hij zeker geïnterneerd geweest. Herman trouwt voor de 3e keer in Bandoeng met Josephina Doornik. Samen vertrekken zij naar Nederland en gaan in Den Haag wonen, zoals zo velen van zijn en andere families die uit Indië zijn weggevlucht..

Helaas zijn er geen of bijna geen foto’s van Herman en zijn familie bekend. Hannie zijn dochter zei vaak als iets over haar familie gevraagd werd:

“Daar spreken we niet over”.  Het gezinsleven van Herman was onharmonieus en ongeordend. Een tegenpool van het gezinsleven uit zijn jeugd. Dit heeft helaas invloed gehad op zijn nageslacht.