Jan Hermanus Weijer HARTEN

1857-1929


Op 9 augustus 1878 vertrok Jan Hermanus Harten, Herman genoemd, 21 jaar oud, samen met zijn broer Hendrik naar Nederlands Oost-Indië. Daar aangekomen werden zij in Poerbolinggo (Oost-Java) door hun oudere broer Johan opgevangen. Johan had zich daar reeds twee jaar eerder gevestigd.

Het is voor te stellen dat de twee jongste van de vier broers Harten al zo jong naar Indië vertrokken omdat hun “tweede” moeder Heintje (Hendrina van der Horst), de voormalige dienstbode van hun moeder, te oud was (73 jaar) om nog voor de jongens te zorgen of misschien was ze overleden.

Eerst woonde Herman bij zijn broer Johan in Poerbolinggo en vond werk op de theeplantage waar Johan ook te werk gesteld was. Hij moest dagelijks te paard in de theetuinen de ronde doen. Op een kwade dag viel Herman van het paard en kreeg daarbij een gevoelige trap van het dier tegen zijn borst.  Daar hield hij een hartkwaal aan over. Hij werd ongeschikt bevonden om verdere plantagewerkzaamheden te verrichten en werd overgeplaatst naar het hoofdkantoor van de Handelsvereniging “Internatio” in Semarang.

handels%20maatschappij%20semarang

Hoofdkantoor Handelsmaatschappij Internatio te Semarang

Bij deze maatschappij zou hij veertig dienstjaren vol maken. Al die jaren heeft hij zich nooit te goed gedaan aan een rijsttafel. Dagelijks werd er voor hem speciaal Europees gekookt. Het eten werd door een “rantang makanan” (etensdrager) per cab, dat was een soort Engels sportkarretje met één paard er voor en voorzien van zijbanken, op kantoor bezorgd. Men zei dat hij niet tegen scherpe spijzen kon.

28 jaar Harten-Agerbeek 001-1  

Vermoedelijke verlovingsfoto van Maria Agerbeek en Herman Harten.

In 1884 trouwde Herman in Semarang met Marie Agerbeek. Zij gingen in Boeloe wonen waar het gezin met 10 kinderen verblijd werd. In 1903 verhuisde het gezin naar Bodjong 69. Dit huis ligt nu aan de Jalan Pemuda Merdeka (weg van de onafhankelijke jongeren). Een heel groot huis, dat aan de achterkant aan de Pendrian-straat grensde, met  een grote voor- en achtertuin. Op het voorerf met zowel links als rechts een enorm grasveld. Op een daarvan was een tennisbaan aangelegd. Rechts van het huis stond een groot paviljoen waar de logees werden ondergebracht en aan de andere kant stond de wagenschuur met twee wagens.  Één om ’s zondags mee te toeren of een bezoek af te leggen. Het was een soort deleman 1), die getrokken werd door twee paarden en vier wielen had. In West-Java had een deleman slechts twee wielen. De tweede was de cab, waarmee Herman naar kantoor reed en waarmee zijn eten werd  gebracht werd. Voor de paarden, één merrie en twee hengsten, was een stal  op het achtererf. De merrie heette Piet en de twee hengsten Bles en Djahat, dat slecht of kwaad betekent. Hij werd kwaad als hij ingehaald werd en rende dan voor het leven.  Vóór de wagenschuur  stond een prieeltje met witte en rose bruidstranen en ook twee kanaribomen 2).

In 1908 vierden Herman en Marie hun zilveren bruiloft. Ter gelegenheid daarvan werd een foto van de gehele familie op het buitenterras gemaakt.

25 jaar Harten-Agerbeek 002-1

Herman & Marie Harten-Agerbeek 25 jaar getrouwd.

Niet ver van hun huis staat de oude N.H. Kerk uit 1753, de zg. “Blenduk” kerk 3) met een grote koepel en een mooi barokorgel. Van deze kerk was Herman enige jaren diaken.  Daarvan getuigt zijn naam op een marmeren plaat in de kerk.

blenduk-ex1        image

  Blenduk” kerk te Semarang                       Diaken J.H.Harten (Rechts 2e van boven)

In november 1911 krijgt hij een laatste brief van zijn broer Wouter, die niet meer kan praten vanwege zijn keelkanker. Uit deze brief blijkt dat ze samen in aandelen beleggen, maar door uitloting hebben ze een verlies van f. 21,16. Verder schrijft Wouter dat met het ss ”Grotius” een kist wordt verstuurd met een foto in lijst (waarschijnlijk van Wout). Op zijn beurt had Herman een foto van Marie met de kinderen gestuurd.

In zijn laatste brief d.d. 28-12-1911 aan broer Wouter, die op 27 mei 1912 zal overlijden,  schrijft hij de volgende ontroerende woorden: “Over enkele dagen is het weder oude jaar, en bij het naderen van dien laatsten dag van het jaar komt men willekeurig in een zekere stemming, welke nu reeds zoo langzamerhand over mij is gekomen. Onwillekeurig toch laat men het verleden de revue passeeren, en als ik daaraan terug denk, dan neemt gij, beste Wout, daarin naast Vader en Moeder, een eerste plaats in. Ik heb altijd innig van je gehouden en ofschoon wij elkaar in jaren reeds niet hebben mogen ontmoeten, zoo heeft die lange scheiding toch geen verandering in mijne gevoelens voor je  kunnen teweeg brengen. We zullen elkaar hier wel nooit wederzien, jij blijft in Holland, en ik in Indië, maar hoe ver wij ook van elkaar verwijderd zijn, wees er van verzekerd, dat Herman voor zijn broer Wout nog steeds dezelfde liefde gevoelt als in zijn jeugd.”

In 1916 overlijdt Herman’s vrouw Maria en hij blijft nog enkele jaren met de jongste van zijn dochters in Semarang wonen om in 1921 met hen naar Holland terug te keren, naar Den Haag. Hij verkoopt het grote huis met de prachtige marmeren vloeren aan de gemeente Semarang.

In 1926 woont hij op de Bleeswijkstraat 48 en vertrekt van daar naar Mentreux, vandaar naar Menton om het Nederlandse klimaat te ontvluchten. Zijn dochters Emelie (Kleintje) en Maria wonen daar soms ook enige tijd bij hem. In Augustus 1927 schrijft hij vanuit de Laan van Meerevoortlaan 253 een felicitatiebrief aan zijn nichtje Nelly Harten in Amsterdam en vertelt dat zijn hart zwak is en dat hij niet veel meer kan en nog nergens geweest is, niet bij Oom Johan, noch bij Tante Marie, noch bij zijn zwager Vic Agerbeek in Rotterdam. Hij heeft ook reumatiek in armen en schouders en is daardoor bijna hulpbehoevend en gaat de dokter vragen of hij 1 oktober weer de reis naar Menton mag maken. Daar huurt hij dan een appartement. Toch vermoedt hij deze winter in Nederland te moeten blijven. Wanneer zijn schoonzus Willy in november ernstig ziek is schrijft Herman haar dochter dat hij helaas het huis niet meer kan verlaten vanwege de reumatiek. Zo hulpbehoevend is hij geworden. Anderhalf jaar later overlijdt Herman en wordt op Nieuw Eykenduynen begraven.

               Overl. adv. J.H.Harten 001-1             Overl. adv. J.H.Harten 002-1          KIF_4732         

                                           Overlijdensadvertenties J.H.Harten                             Graf I-1810 op de Begraafplaats Nieuw Eykenduynen

 

Noten

1. Deleman is een rijtuig, lijkend op een sado, geconstrueerd en op de Bataviaanse straat gebracht door een zekere mijnheer Deleman.

2. De kanarieboom wordt ook wel vanwege de smaak van de noten de Javaanse amandelboom genoemd.

3. Gereja Blenduk uit 1753, drastisch verbouwd in 1894/95 door W. Westmaas en H.P.A. de Wilde. Deze voegden onder meer de twee torens toe. De oorspronkelijke architect is onbekend. De kerk - de oudste kerk in Midden Java en op een na de oudste van het hele eiland - is nog steeds in gebruik als kerk, iedere zondag zijn er diensten. Blenduk, de 'Koepelkerk' is gebouwd in de vorm van een Grieks kruis. De fundering van het gebouw houdt het nog, maar de kerk is aan een opknapbeurt toe, al ziet ze er na een schilderbeurt bedrieglijk patent uit.

blenduk-int

 

Het interieur heeft schitterende kroonluchters, originele stoelen en banken en een prachtig barokorgel, dat helaas niet meer werkt. Er is zelfs geen deskundige die het kan herstellen. Een gietijzeren wenteltrap, door Pletterij Den Haag vervaardigd, leidt naar het orgel.

4. In het archief van Rotterdam komen we een Hendrina van der Horst tegen, Geboren op 05.11.1805. Gedoopt op 21.11.1805, Dochter van Jozephus van der Horst en Margaretha Azon, wonen aan de Glashaven. Op 14.09.1831 trouwt Hendrina te Rotterdam met Johann Heinrich Krüger uit Lavelsloh (Hannover), oud 34 jaar. Zijn moeder heet Ilse Marie Krüger en zijn vader is onbekend. Verder geen gegevens gevonden.

 

Drs. Sibrand P. Martens

Voor reacties