Maria Catharina Augusta (Tat) Harten (1897-1982)

 

Tat’s jeugd verliep zoals dat van haar broers en zusters. Zij was de 7e in een groot en gezellig gezin met veel andere kinderen die in het gezin waren opgenomen.

Arm was hun vader niet. Ze konden allemaal een goede opleiding krijgen. We zien veel foto’s met vrolijke kinderen. Zie hiervoor het Verhaal bij moeder Maria Agerbeek.

Hart Agerb kinderen,Willy,Herman,Alex,Neel,Johanna,Marie,Wouter,Vic

(l>r)Neeltje, Vic, Alex, Willy, Joh, Tat(Joh. M.), Wouter en Herman. Ca1900

Tat zal wel naar de HBS in Semarang gegaan zijn. Na haar eindexamen kiest Tat voor het onderwijs, zoals alle meisjes Harten uit Indië deden. In tegenstelling tot haar nichtjes krijgt Tat haar opleiding in Indië en via verschillende overplaatsingen klimt zij van hulponderwijzeres op tot hoofdonderwijzeres. Na het behalen van haar akte is Tat in 1921 met haar vader mee naar Nederland vertrokken. Hier in Nederland heeft zij waarschijnlijk haar MO-Akte Engels gehaald. Of Tat in Nederland nog les heeft gegeven is ons niet bekend. Als ongehuwde dochter blijft zij bij haar vader wonen en verblijft met Pa’tje dikwijls voor langere tijd in Menton. Zij lieten zich dan in Den Haag uitschrijven. Zo zien we ook dat Tat op 15-5-1926 uit Montreux naar Den Haag terugkomt en op 16-7-1926 weer naar Montreux vertrekt. Samen met haar vader komt Tat op 11-6-1927 weer uit Menton in Den Haag Nu op Laan van Meerenvoort 253.

3.3 J.H.W.Harten, Emelie(midden),Neeltje,Maria en Johanna                                              3.18 Misschien dochters Harten-Agerbeek 001 (2)
Van l>r: Neeltje,Vader Herman,Kleintje,Willy en Tat (1925-26)                Van l>r:Tat,Willy,Neeltje en Kleintje (ca 1929)

Na het overlijden van haar vader verhuist Tatj op 21-11-1929 naar de Laan van Eik en Duinen 177 en vertrekt in Oktober 1930 met de “Marnix van St. Aldegonde” van Amsterdam naar Batavia om daar begin November aan te komen. Zij vestigt zich dan als “particuliere” te Mr. –Cornelis.

De ambtelijke lijst van Tat verschaft inzicht over haar verdere loopbaan waarbij de grote wisseling van standplaats opvalt:

Juni  1930:   Tijdelijk werkzaam gesteld als Mulo onderwijzeres en geplaatst aan de openbare Mulo-school te Salatiga.
Nov. 1930:   Tijdelijk overgeplaatst van de openbare Muloschool te Salatiga naar de gelijksoortige school te Mr.Cornelis.
Jan.  1931:   Tijdelijk overgeplaatst naar de Openbare Muloschool te Buitenzorg.
Mrt. 1931:   Tijdelijk werkzaam gesteld als hoofdonderwijzeres en geplaatst aan de Europese school te Tangerang.
Juli   1931:   Tijdelijk werkzaam gesteld als Mulo onderwijzeres en geplaatst aan de 1e H.I. School te Malang.
                    Tijdelijk werkzaam gesteld als Mulo onderwijzeres en geplaatst aan de openbare Muloschool te Soerakarta.
Juli   1932:   Tijdelijk werkzaam gesteld als hoofdonderwijzeres aan de openbare Europese lagere school te Salatiga.
Nov. 1932:   Tijdelijk werkzaam gesteld als Mulo onderwijzeres en geplaatst aan de
1e openbare Muloschool te Semarang.
Nov. 1932:   Tijdelijk werkzaam gesteld als Mulo onderwijzeres en geplaatst aan de openbare Muloschool te Malang.
Oct. 1933:   Tijdelijk belast met de waarneming der betrekking van lerares bij de Holl. Chin. Handelsschool te Mr.Cornelis.
Aug. 1936:  Tijdelijk belast met de waarneming der betrekking van hoofdonderwijzeres aan de 2e Openb. Muloschool te Batavia.

Juli   1937:   Belast met de waarneming der betrekking van Hoofdonderwijzeres geplaatst aan de Holl-Chin  Kweekschool te Batavia.

Van September 1937 tot Augustus 1937 met verlof naar Nederland.

Tat vertrekt op 22 september 1937 met de Johan van Oldenbarnevelt" van Batavia naar Amsterdam.
Zij stapt in Genua op de trein naar Den Haag.

Zij reist op 29 juni 1938 uit Rotterdam met de “Sibajak” terug naar Batavia.

Aug. 1938:   Bevorderd tot Mulo-onderwijzeres en geplaatst aan de
Gouvernements Mulo-school te Amboina op Ambon.

De schoolvakantie bracht Tat op Java door op één uitzondering na. Op 1 juni 1934 vertrok zij met het vliegtuig van

Batavia naar Singapore. Misschien wel de eerste keer dat zij in een vliegtuig zat.

 

Hoe zij de oorlog is doorgekomen is ons niet bekend. Na de oorlog kwam zij weer naar Den Haag waar zij in 1968 in de  Surinamestraat 36 woonde. Daar stond achter haar naam: Lerares MO-Engels.

 

Na haar overlijden werd Tat in het graf van haar geliefde vader bijgezet op de begraafplaats Nieuw Eyk en Duynen te Den haag.

KIF_4731

 

Graf I-1810 op de Begraafplaats Nieuw Eykenduynen