Neeltje van der HORDEN

                                                                                                                 NvHorden-400
                                                                                                                            Neeltje van der Horden, 1868?

Het is voor te stellen dat Neeltje, dochter van schipper Wouter van der Horden, haar echtgenoot Hendrik Weijer Harten

 in het kerkelijk leven van de Nederduitse hervormde Gemeente te Rotterdam heeft leren kennen.

Daarin was hij actief. Op 15 maart 1837 deed Neeltje daar belijdenis.

 

Wanneer haar man Hendrik na een kort ziekbed in 1865 overlijdt zijn nog vier van haar negen kinderen in leven:

Wouter 14 jaar, Johan bijna 10 jaar, Herman 8 jaar en Hendrik 4 jaar.

                                                                                                         Overl. adv H.W.Harten 001-1

                                                                                                                                              Overlijdensadvertentie H.W.Harten

Het inkomen van haar man was al niet hoog, als weduwe mocht zij blij zijn nog een Fondsgeld van fl. 500,- per jaar te ontvangen.
Zij moest de woning boven de school in de Frankenstraat verlaten.
In het pand van de heer Hausman, Zwarte Paardenstraat 88, vindt zij onderdak. Waarschijnlijk zonder huur te betalen.
Haar oudste zoon Wouter is net een jaar eerder op de Zeevaartschool in Amsterdam aangenomen, waar voor de opleiding geen schoolgeld betaald hoeft te worden.

Zij zal voor haar jongens wel veel genaaid en gebreid hebben. In elk geval is een breiboekje van haar en een door haarzelf geschreven breipatroon bewaard gebleven.

Breiboekje van N.van der HordenHandschrift N.van der Horden

Breiboekje van Neeltje van der Horden met door haar geschreven breipatroon.

Zij is in staat haar trouwe dienstmeisje “Heintje” (Hendrina van der Horst) aan te houden. Als Neeltje in 1875 overlijdt zal zij voor de drie jongste jongens blijven zorgen.
Uit dankbaarheid vernoemt  een van “haar jongens” n.l. Hendrik, die pas 14 was toen zijn moeder overleed, een kind naar haar.
Johan de oudste is dan 20 jaar en (Jan), die Herman genoemd wordt, 18 jaar.
Op het moment van Neeltje’s overlijden is haar oudste zoon Wouter op zee.
Pas drie weken na haar dood verneemt hij in Port Said dat zijn moeder is overleden en schrijft dan een lange brief naar zijn oudste broer Johan.
 Eerst ontvang hij in Port Said de verjaardagsbrief van zijn moeder en tien minuten later verneemt hij haar heengaan.
Zo vernam hij tien jaar terug ook op zijn verjaardag het overlijden van zijn vader.
Wout stelt Johan voor om Heintje te vragen bij hen te blijven.
Bovendien wil hij hun ooms de pas afsnijden door Hendrik de Haan te vragen een procuratie van hem te willen aanvaarden.
Hij stelt verder voor o
m alles wat zij niet nodig hebben aan de familie te verkopen, zodat ze het kapitaaltje wat er mogelijk nog is iets kunnen vergroten.
Verder moet Johan de heer Hausman vragen het huis niet “aan te slaan” want anders komen ze weer in grote moeilijkheden.

 

                                                                                            NvHorden-0-250

                                                                          Neeltje van der Horden, 1860?

Van de condoleance brieven die de zonen van Neeltje na haar heengaan ontvingen zijn er enkele bewaard gebleven:

a. Brief van B. M. Kool van Kasteel, Haarlem, geschreven namens zijn vrouw, zwager en Mej. Görlitz. Kool van Kasteel had Neeltje enkele maanden geleden nog opgezocht.
 Er was afgesproken dat Neeltje, als Wout weer binnen zou zijn, bij hen in Haarlem zou komen logeren.
Hij moet een goede vriend van de familie geweest zijn, want ook de trouwe Heintje krijgt  de groeten.

                          b. Brief van Margaret Croll (Waarschijnlijk van Schotse afkomst), Amsterdam. Een in het Engels geschreven brief, ook namens haar man en zoon.

                          c. Brief van W. C. Bielen (Bichen?), Maassluis.

                          d. Brief van B. van Rossem-Hoffmann, Nieuwehaven Rotterdam. (zie brief i. bij H. W. Harten)

                          e. Brief van A. C. Achenbach, Amsterdam.  Commandeur van de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam.

                          f. Brief van Cornelis Jacobus de Lange, Gorssel.  (Neef: via de familie Van Weijer)

 

Noten

1.ZwartePaardenstraat.
Tussen de Schiedamsesingel en Witte de Withstraat loopt de Zwarte Paardenstraat. Voor de aanleg van de Westblaak was de straat veel langer en liep door tot aan de Oude Binnenweg.
 De Zwarte Paardenstraat ligt in het oude lanen gebied van Cool en heette oorspronkelijk Zwarte Paardenlaan. In 1875 veranderde de laan in een straat.
De kerk van de Deutsche Evangelische Gemeinde stond hier (1877-1973).

2. De oudste zuster van hun Moeder Maartje van der Horden (geb 1810) was in 1846 met Pieter Hendrikz de Haan getrouwd.
In de brief genoemde Hendrik (Pieter) de Haan is hun zoon. Eerst getrouwd met M. Rademaker (drie kinderen: Martha (9 okt 1871), Heie (Heye) Harme (vroeg gestorven) en Hendrik Pieter (2 mrt 1873).
 Spoedig na de geboorte van Hendrik Pieter sterft Maartje. In januari 1875 trouwt hij voor de tweede keer met M. G. Bottema en zij zouden later twee kinderen krijgen:
Alida Hermina, die vroeg overleed en een tweede kind ook Alida Hermina geheten.

3. Bastiaan Marie Kool van Kasteel, geb. 3 nov. 1830 te Rotterdam (Ned. Herv) 
In 1858 was hij hoofd van de “Protestantse kostschool voor kinderen van zendelingen en andere Europeanen in N.O. Indië”,
die in 1858 door Bestuurders van het Nederlands Zendelinggenootschap was opgericht en  tot 1868 bestaan heeft.

4. Cornelis Jacobus de Lange, geboren op 24-6-1818 (akte 1019), zoon van Jan de Lange en Maria van Weijer. Hij overlijdt op 29-1-1884 (akte 394).

Drs. Sibrand P. Martens

Voor reacties