Ouders

V

c

gezin
Harten-4a-1-80
ca 1860
brieven

Hendrik Weijer HARTEN (WIJER HARTEN)
geb
Rotterdam 07.02.1821 06:45 uur akte nr 316
ber onderwijzer, schrijver
overl Rotterdam
12.02.1865
05:00 uur
begr Rotterdam 16.02.1865
Algemene Begraafplaats Crooswijk
tr
Rotterdam 15.07.1846
Neeltje van der HORDEN (HORDE)
geb
Maassluis 15.09.1818
ber
overl Rotterdam
01.03.1875
02:00 uur
begr Rotterdam 03.03.1875
Algemene Begraafplaats Crooswijk


NvHorden-0-80
ca 1860

 

Wie was Hendrik WEIJER HARTEN

bronnen

Brieven

 

Uit brieven, die zijn vrouw Neeltje na zijn overlijden ontving, leren we Herman kennen als een zeer geliefd man, zowel bij zijn leerlingen als bij zijn collega’s.
Hij was zwak van gezondheid, maar zeer intelligent en nam binnen zijn vakgebied in Rotterdam een voorname plaats in. Al vrij jong was hij hoofd van een lagere school geworden, hield lezingen, publiceerde een aantal geschriften en was lid van verschillende verenigingen. Ook binnen zijn kerk deed hij veel. Harten was zeer sociaal voelend en dat uitte zich in de contacten met collega’s, vrienden, leerlingen en zelfs in zijn publicaties.

De volgende brieven getuigen hiervan:

a. Zijn vriend Prof. Dr. J.I. Doedes schrijft van uit Utrecht dat vooral zijn zoon Walther, die op het moment van het overlijden van Harten bij de familie Harten in de kost was, zeer aangedaan is.

b. J.C. Neurdenburg schrijft als Hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Onderwijs van de Algemene Onderwijzers Vereniging te Rotterdam, na het overlijden van Harten in zijn “Geschriften” o.a. in “De Wekker”, nr.8, 1865, dat deze altijd al een zwak lichaam had en roemde zijn heldere geest, zijn grote werklust, zijn rijkdom aan kennis en dat hij eenvoudig van hart en een goede kindervriend was.

c. Collega-onderwijzer Mioulet zegt in “zijn woord” bij de begrafenis dat Harten de geest ademde van schoolopzieners als Messchaert en Delprat en van onderwijzers als  P.K. Görlitz. Dat zegt wel iets! Hij vermelde ook dat Harten, hoewel onderwijzer aan een Christelijke school het Openbare Onderwijs een goed hart toedroeg. En dat in die tijd!

d. W. Francken Azn schreef als vriend. Zijn kinderen hadden in de tijd dat Francken in Rotterdam predikant was bijles van Harten gehad.

e. J.P. Schaberg, Weltevreden, Z-Afrika. Leerling en later collega van H.W.Harten schrijft dat hij vanaf zijn veertiende tot zijn vier en twintigste, toen hij zijn dierbaar vaderland verliet, de leiding van Harten genoot. Hij had een welgelijkend portret van Harten in zijn bezit waar hij heel dankbaar voor was.

Verdere brieven die weduwe  H. W. Harten ontving:

a. In 1865 ontvangt Harten (posthum) van zijn oud-leerling H.V.J. Cwassie Ekwee een brief uit Indië met de aanhef  “Lieve Meester”  en schrijft dat hij hem ananasplanten en de beloofde vogeltjes toezendt.

b. Brief van J.D. Smit, Den Haag. (Waarschijnlijk een broer van Jacoba Smit, die met Jacobus Cornelis Harten, broer van H. W. Harten, was getrouwd)

c. Brief van J. Pohlman, Deventer. (Zijn zoon Pieter woont bij de familie Harten)

d. Brief van J. Boes Gzn, Wormer. (Leerling van H. W. Harten)

e. Brief van Bär, Waaij. (Vriend van H. W. Harten)

f. Brief van de Wed. S. Groh (Amsterdam).

g. Brief van J. Koolsbergen, Brussel. (Vriend van H. W. Harten)

h. Brief van Mw. L. Koolsbergen

i. Brief van Mw. B. van Rossem-Hoffmann, die Harten de Zaterdag voor zijn sterven nog had opgezocht. (In het College van Collectanten ter instandhouding van den Openbaren Eredienst bij de Nederlands Hervormde Gemeente Rotterdam zitten in de 19e eeuw veel leden van de bekende Rotterdamse handelsfamilie Van Rossem. Zie brief d. na overlijden van Neeltje Harten-Van der Horden)

j. Brief van Johan de Ridder, Den Haag. Collega van H. W. Harten, maar vroeger speelmakker.

Noten:

- Prof. Dr. J.I. Doedes (1817-1897)  was van 1847-1859 predikant te Rotterdam, daarna hoogleraar te Utrecht en tevens lid van de Mij. Ned. Letterkunde.

- J.C. Neurdenburg (1815-1895) was in 1840 onderwijzer aan de Schotsche Diakonieschool R' dam; Vanaf 1847 onderwijzer Opleidingsschool voor zendelingen te R'dam. Onderwijzer met 4e, 3e en 2e rang en aantekeningen voor Frans, Duits en Engels naar de wet van 1806. Vanaf 1864 directeur van het Zendelingengenootschap te R' dam. In april 1872 kwam zijn schoonzoon J.W. Roskes hem assisteren en die nam de zorg over met de zendelingenkinderen. Hij had namelijk sinds zijn jeugd problemen met zijn longen (bloed opgeven).                    Van 1864-1869 hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Onderwijs, Algemene Onderwijzers Vereniging, te Rotterdam.
Hij was de auteur van:
-  Verhalen voor kindertjes (1851)
-  Het eerste onderwijs op de Inlandsche school
-  Proeve eener handleiding voor het bespreken van de zendelingenwetenschap in 1879.
-  De Christelijke zending der Nederlanders in de 17e en 18e eeuw 1891.
-  Eene gave op het reukaltaar der ouderliefde (1869)

- A.D.J. Mioulet (1796-1870) was eerst hoofd aan de Waalse Diaconieschool, later leraar aan het gymnasium.
De (mede)schrijver van onderstaande artikelen:
   - P.K. Görlitz et A.D.J. Mioulet.
Petition présentée á la Seconde Chambre des états-généraux, relativement au      projet de loi sur l'instruction publique. Rott. 1830.
    - P.K. Görlitz et A.D.J. Mioulet.
Bedenkingen over de zedelijk-godsdienstige opleiding in de openbare scholen. Rott. 1844.
   - P.K. Görlitz et A.D.J. Mioulet. Het nationaal volksonderwijs in Nederland; rede.   

- W. Francken Azn. , (1822-1894) uit Doetinchem, predikant te Rotterdam, schreef veel op kerkelijk gebied, vooral in zijn tijdschrift Geloof en Vrijheid; bestreed prof. Opzoomer. Als directeur van het Zendingsgesticht te Rotterdam schreef hij een brief aan Multatuli, waarin hij opkwam tegen de voorstelling van Ds. Wawelaar als type van de zendingsvrienden.
In de Brief aan Ds. Francken, opgenomen in de Verspreide Stukken, erkende Multatuli dit, maar vroeg hij meteen, waarom Ds. Francken de enige was, die hem rekenschap vergde.
In 1860 werd hij tot lid der Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde gekozen. Zijn moeder was Catharina Geertruida van Rossem, de dochter uit een deftige, wijdvertakte Rotterdamse familie.

- J.P. Schaberg. Kunnen we deze in verband brengen met de Meester Schabergschool, een Protestants Christelijke school in de wijk Kortenbos in Den Haag?
Meester J. P. Schaberg was van 1844-1895 het eerste hoofd van deze school.
Gevonden uitgaven van J.P. Schaberg:
- Zutphen en Naarden, of De nieuwe vuurproef der vrijheid door J.P. Schaberg. Wageningen: Bronsveld, 1872.
- Wat God gedaan heeft. Een geschenk voor Ned. kinderen, ter herinnering aan nov. 1813. door J.P.  Schaberg (1863).

- J. Koolsbergen. De familie Koolsbergen zal in 1868 van Brussel naar Holwerd in Friesland vertrekken waar Koolsbergen het 1e  hoofd van de chr. lagere school te Holwerd (een CNS school) werd.
Hij stond rokend uit een lange pijp en met klompen aan voor de klas. Omdat hij niet langer aan de eisen van ouders en bestuur voldeed kreeg hij in 1875 zijn ontslag en vertrok als onderwijzer naar Franeker. In1916 woonde Koolsbergen  in Groningen.

 

 

- Genealogie van Hendrik Weijer Harten

Bronnen

- Genlias

Voor reacties